vrijdag 7 januari 2011

Boffert of gestoomde koek als nagerecht


Driekoningen is vertrokken, de kerstboom is weg, tijd voor de lange,saaie januarimaand. Het wachten is op nog zo'n dik pak sneeuw of ijs op de sloten zodat ik als oprjuchte Frys kan dromen van een Elfstedentocht. In de tussentijd doe ik heel gewoon zoals begin januari betaamt. Ik keek in de koelkast wat er nog lag. Een halve knolselderij deed mij besluiten nog een keer erwtensoep te maken. Vroeger aten we na de snert warme boffert met gesmolten boter en suiker. Zoiets ouderwets dat wilde ik nog eens proberen als minder bewerkelijke variant voor pannenkoekjes. Beppe gebeld of ze een recept had. Recepten daar doet ze niet aan en beppe wist echt niet meer hoe ze simpele boffert maakte. Na even denken en doorvragen wist ze dat er geen suiker in ging, nee, sukade ook niet en minder rozijnen en krenten dan de luxe boffert en geen sinaasappelrasp. En ja, het moest wel even
lang koken. Dus had ik toch mijn recept. Wel nog een ei toegevoegd en een beetje citroenrasp voor een frisse smaak. Ik deed er alleen rozijnen en krenten door. Volgende keer probeer ik ook nog andere zuidvruchten.
De boffert werd verbazingwekkend goed ontvangen. Een soort luchtige, warme tulband was het oordeel van de reclameman terwijl ik op misprijzen had geanticipeerd.
.
boffert als nagerechtnodig:
* 250 gram zelfrijzend bakmeel of bloem met 2 theel. bakpoeder
* halve theel. zout
* 50 gram krenten
* 50 gram rozijnen
* (50 gram abrikozen of vijgen)
* 1 ei
* melk
* citroenrasp
* boter om vorm in te smeren
* paneermeel of beschuit

Snijd de zuidvruchten in kleinere stukjes. Wel ze met de rozijnen en krenten in lauw water. Breng bodem water aan de kook in een grote pan. Vet de boffertvorm en het deksel in met boter en bestrooi met paneermeel of beschuit.

Roer meel, zonodig bakpoeder en zout door elkaar. Rasp de schil van een kwart citroen er boven. Giet de zuidvruchten af en doe door het meelmengsel. Breek een ei erboven. Maak met een scheut melk een stevig beslag dat nog te gieten is. Vul de vorm tot iets over de helft en zet de deksel vast. Zet de vorm voorzichtig in de pan met kokend water en vul zonodig het water aan tot het twee centimeter onder het deksel staat. Laat het water een uur zachtjes borrelen. Haal daarna de vorm eruit, haal het deksel eraf en kijk of de bovenkant droog is. Als een satehprikker die je in de boffert steekt er droog uitkomt, is de boffert gaar.


Serveert de boffert met gesmolten boter, stroop, bruine suiker. Appelboter met steranijs smaakte er ook lekker bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen