Het vegan kookboek van Jigal Krant was mijn kerstcadeautje maar de za’atarcrackers met sesam, nigella en pul biber vergat ik te serveren en deze taboelé was het reserve voorgerecht dat niet nodig was. Maar voor de schaatslunch dit weekend paste het perfect bij de Libanese paprikasalade en de focaccia ditzelfde geweldige kookboek. Voor deze taboelé verving ik de koriander door extra peterselie en vond ik de bulgur na 15 minuten wellen niet beetgaar genoeg dus de kook erover was beter. Volgens Krant is de juiste soort pul biber heel belangrijk maar die had ik nog niet gevonden in de Javastraat dus werd het isot biber.
Ingrediënten
100 gram bulgur
75 gram walnoten
1 groene chilipeper
2 lente-uitjes
1-2 bosjes peterselie (80-100 gram)
40 gram munt
100 gram gedroogde cranberry’s
Sap van 1 citroen
Olijfolie
2 theelepels dadelstroop
2 theelepels pul biber
Bereiding
- Laat de bulgur 10 minuten wellen in heet water en laat het daarna nog een paar minuten koken. Laat de bulgur uitlekken in een zeef.
- Rooster de walnoten in een droge koekenpan totdat ze lichtbruin kleuren. Laat ze afkoelen en breek ze in grove stukken.
- Snijd de chilipeper fijn nadat je de zaden hebt verwijderd.
- Snijd de lente-uitjes in ringetjes.
- Pluk de blaadjes van de kruiden. Was en droog de blaadjes en snijd ze fijn (vooral niet hakken).
- Doe de bulgur, chilipeper, lente-uitjes, kruiden, walnoten en cranberry’s in een kom.
- Maak een dressing van het citroensap, olijfolie, de dadelstroop, de pul biber en wat grof zout.
- Meng de dressing door de taboelé en laat eventueel de smaken even intrekken.